Psychomotoriek

Psychomotoriek

Na eerst een tijd gewerkt te hebben aan het integreren van primaire reflexen, kan er gewerkt worden aan de psychomotoriek. Ook dit stuk heeft te maken met leervoorwaarden. Wanneer we spreken over psychomotoriek, maken we onderscheid in onder andere; visueel, auditief, en de lateralisatie. Hieronder volgt een korte toelichting.

Fases in de motorische ontwikkeling

Visueel

Een visuele disfunctie is een onzichtbare belemmering bij lees-, spelling- en concentratieproblemen. Kijken doe je met je ogen, maar het “zien” wordt door je hersens geregeld.

Visuele oogafwijkingen kunnen bij kinderen gezondheidsproblemen opleveren en schoolprestaties negatief beïnvloeden. Sommige klachten zijn het gevolg van een onjuiste samenwerking tussen de ogen. Focussen op een woord of zin is dan fysiek niet mogelijk. De kinderen zien de cijfers en letters wazig, dubbel of dansend. Alleen bij grote inspanning zien zij een scherp beeld. Omdat de verschijnselen lijken op die van dyslexie, wordt daar dan ook al snel aan gedacht. Met een standaard oogmeting wordt deze afwijking niet geconstateerd, maar wel met een visuele screening.

Auditief

Kinderen met auditieve verwerkings problemen hebben vooral moeite met allerlei vaardigheden, die nodig zijn voor het verstaan van mondelinge informatie. Indien kinderen problemen ondervinden met de auditieve verwerking kunnen er op korte en lange termijn problemen in de ontwikkeling optreden.

Bij auditieve verwerkingsproblemen zijn er problemen met de auditieve functies. Auditieve functies worden vaak uitgelegd als “wat we doen met wat we horen”. Oftewel: het verwerken van geluiden, klanken en spraak.

De auditieve functies spelen ook een grote rol bij de leesvoorwaarden en het leren lezen en spellen. Kinderen van groep 2 moeten aan een aantal leesvoorwaarden voldoen, voordat ze naar groep 3 kunnen. Voorbeelden hiervan zijn: letters samenvoegen tot één woord of verschillen horen tussen klanken/woorden. Als je moeilijk auditieve informatie kan verwerken kan dit leiden tot leesproblemen.

Als een kind in staat is auditief aangeboden informatie goed te verwerken, dan heeft dit gevolgen voor de taalverwerving en taalverwerking en kan dit ook zorgen voor een beter functioneren. Als het kind begrijpt wat er gezegd wordt, dan kan men situaties beter inschatten en adequaat reageren. Het kind kan dan beter aanvoelen wat er bedoeld wordt.

Lateralisatie

In de ontwikkeling van de motoriek zijn meerdere fases te onderscheiden. In de theorie van Mesker wordt onderscheid gemaakt tussen de sluffase, de symmetrische fase, de lateralisatiefase en de dominantiefase.

Het is belangrijk dat de ontwikkeling in iedere fase goed doorgemaakt wordt. Daardoor wordt er een stevige basis voor de volgende fase gelegd zodat het kind daar verder op kan bouwen. Is die basis niet stevig genoeg dan vallen er “gaten” waarop het kind dan verder moet bouwen. Vanzelfsprekend is er dan een flinke kans dat het kind op een gegeven moment de dingen niet mee bij kan benen en in de problemen komt.

De lateralisatiefase is de fase in de neuro-motorische ontwikkeling bij kinderen, waarbij de voorkeur voor links of rechts wordt bepaald. De linker- of rechterhersenhelft wordt dan dominant in het aansturen van het brein, de ogen, oren, handen en voeten. Vóór de leeftijd van ongeveer zes jaar gebruikt een kind zijn handen en voeten nog symmetrisch, de bewegingen zijn dan nog elkaars spiegelbeeld. Dat is ook waarom een jong kind nog moeite heeft met links en rechts, maar ook met voor, achter en onder of boven. Pas als duidelijk is welke kant dominant blijft is ook duidelijk of een kind met name vanuit zijn linker of rechter hersenhelft wordt aangestuurd. Een kind wat rechtsbreinig is zal bijvoorbeeld in beelden blijven denken.

Rond de 8,5 jaar ontstaat er pas een duidelijk voorkeurskant die actief het ‘werk’ doet en de andere kant assisteert de voorkeurskant. Rechtshandigheid of linkshandigheid wordt dan pas echt bepaald. Het is belangrijk dat een kind een voorkeurshand heeft als het gaat leren schrijven. Jammer genoeg moeten kinderen in het Nederlandse onderwijs al leren schrijven voordat de lateralisatie is afgerond. Eigenlijk beginnen veel kinderen dus té vroeg aan het schrijfonderwijs.

Het is heel belangrijk om jonge kinderen niet te sturen in een richting en de schrijfrichting mag nog alle kanten op en ook spiegelen van letters mag nog niet gecorrigeerd worden. Daarmee verstoor je het lateralisatieproces. Een verlate lateralisatie kan leerproblemen met zich meebrengen, aangezien het kind de begrippen links en rechts, maar ook tijdsbepaling en volgorde in de ruimte nog niet duidelijk heeft, terwijl daar in het onderwijs al wel duidelijkheid in wordt verlangd. Een kind tijd gunnen is heel belangrijk, maar helaas gebeurt dat niet altijd.

kind tekenen

Kinderen die niet goed gelateraliseerd zijn hebben moeite met links en rechts, maar ook met het kruisen van de middellijn. Om een kind te laten lateraliseren zijn er oefeningen die gedaan kunnen worden. Startend vanuit de symmetriefase kan als deze onder de knie is een overstap gedaan worden naar de lateralisatiefase. Een kind zal dan veel kruislingse bewegingen moeten maken waarbij de middellijn van het lijf gekruist moet worden. Allebei de hersenhelften moeten dan samenwerken. Uiteindelijk zal een kind van hieruit een voorkeurskant gaan bepalen.

Reacties zijn gesloten.